Home Contact Sitemap        Ontvang alle nieuwsberichten van RVP via RSS Help voor RSS
 
 
.be
Logo van de RVP
  Home >Uitgebreide info >Toekenning >Algemene regeling >Rustpensioen >Ingangsdatum van het pensioen

Ingangsdatum van het rustpensioen

Gewone pensioenleeftijd

De personen die hoofdzakelijk in België verblijven en die de wettelijke pensioenleeftijd bereiken worden vrijgesteld van het indienen van een pensioenaanvraag. Meer informatie vindt u onder "Moet men zijn pensioen aanvragen ? Hoe en wanneer ?".

De wettelijke pensioenleeftijd bedraagt in principe 65 jaar.

Voor de vrouwen bedroeg de wettelijke pensioenleeftijd 60 jaar tot 01.07.1997. Sindsdien werd de wettelijke pensioenleeftijd geleidelijk op 65 jaar gebracht.

Vanaf 01.01.2009 bedraagt de wettelijke pensioenleeftijd 65 jaar, zowel voor mannen als vrouwen.

Indien u tewerkgesteld bent geweest in één van de bijzondere stelsels, kan een andere pensioenleeftijd van toepassing zijn. Zie "pensioenleeftijd in bijzondere stelsels".

Het rustpensioen gaat in de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin de wettelijke pensioenleeftijd wordt bereikt.

Vervroegde ingangsdatum

Alleen werknemers die een toereikende loopbaan hebben kunnen vervroegd met pensioen gaan, d.w.z. ten vroegste in de maand volgend op hun 60ste verjaardag.

Met het oog op het bewijs van de vereiste loopbaanjaren houdt men niet alleen rekening met de perioden van tewerkstelling als werknemer, maar ook met de perioden waarvoor de pensioenrechten ingaan krachtens een andere Belgische pensioenregeling (zelfstandigen, openbare besturen, DOSZ,...) en, in het kader van de internationale overeenkomsten, eveneens met perioden die pensioenrechten openen krachtens een buitenlandse regeling.

De loopbaan vereist om het recht op het vervroegd pensioen te openen bedraagt 35 jaar sinds 01.01.2005. Uw tewerkstelling gedurende elk van die kalenderjaren moet gewoonlijk en hoofdzakelijk zijn. Hieronder wordt verstaan dat uw tewerkstelling gedurende elk kalenderjaar met een derde van een voltijdse tewerkstelling moet overeenstemmen. Dit bewijs wordt op de volgende manier geleverd :

  • de jaren voor 1955 : u moet bewijzen dat uw tewerkstelling gedurende het kalenderjaar ten minste overeenstemde met 185 dagen van 4 uur of 1480 uur in totaal.
  • van 1955 tot en met 1977 : u moet bewijzen dat het totaal van de dagen van effectieve tewerkstelling en/of gelijkgestelde dagen (werkloosheid, loopbaanonderbreking...) per kalenderjaar gelijk is aan 104 dagen voltijdse tewerkstelling.
  • van 1978 tot en met 1991 : de tewerkstelling moet ten minste 104 dagen voltijdse tewerkstelling per kalenderjaar omvatten.
  • Het resultaat van de berekening werkelijk loon gedeeld door  het minimumreferentieloon plus het aantal gelijkgestelde dagen 
		gedeeld door 312 moet ten minste 0,33 bedragen.

    W = werkelijk loon
    MW = minimum referentieloon
    AD = aantal gelijkgestelde dagen

    Een voorbeeld van berekening vindt u op de pagina "Pensioen voor deeltijdse arbeid - De samendrukking".

  • jaren vanaf 1992 : uw individuele rekening vermeldt het aantal dagen en uren dat u gewerkt hebt, alsook het aantal uren dat met een voltijdse tewerkstelling overeenstemt. De verhouding tussen een voltijdse tewerkstelling en het aantal uren werkelijke tewerkstelling bepaalt het in aanmerking te nemen aantal dagen voltijdse tewerkstelling. Dit aantal moet ten minste 104 bedragen.

Onder bepaalde voorwaarden worden sommige tijdvakken, die niet voor de pensioenberekening in aanmerking komen, wel in rekening gebracht voor het bereiken van de vereiste loopbaanvoorwaarde (bv. tijdvakken van loopbaanonderbreking voor het opvoeden van kinderen). Andere tijdvakken zijn van de samenstelling uitgesloten (bv. de geregulariseerde studieperiodes).

Indien u tewerkgesteld bent geweest in één van de bijzondere stelsels, kunnen er andere voorwaarden van toepassing zijn. Zie "pensioenleeftijd in bijzondere stelsels".

bijkomende informatie

Het vervroegd pensioen kan niet worden toegekend aan de gerechtigden op een voltijds conventioneel brugpensioen : voor hen geldt de wettelijke pensioenleeftijd zie "gewone pensioenleeftijd".

voorbeeld

Een man, geboren op 02.02.1947, is gedurende 19 jaar bediende en gedurende 16 jaar rijkspersoneelslid geweest. Zijn totale loopbaan telt dus 19 + 16 = 35 jaren. Hij kan op de leeftijd van 60 jaar zijn werknemerspensioen nemen. De maand van zijn 60ste verjaardag is februari 2007. Het werknemerspensioen gaat dus ten vroegste in op 01.03.2007.

Een vrouw, geboren op 08.02.1946, is 15 jaar arbeidster en 16 jaar zelfstandige geweest. Haar totale loopbaan telt dus 15 + 16 = 31 jaren. Zij mag niet op 60 jaar met pensioen gaan (niet ten minste 35 jaren loopbaan). De gewone pensioenleeftijd is voor haar 65 jaar.
Voor deze vrouw is de maand waarin ze 65 jaar wordt februari 2011. Haar pensioen gaat ten vroegste in op 01.03.2011.

Pensioenleeftijd in bijzondere stelsels

De pensioenleeftijd in sommige bijzondere stelsels wijkt af van de algemene regel :

 

 

<< terug : Het onderzoek van de aanvragen en de beslissing
>> volgende : Elementen van het pensioenbedrag

 

MyPension MyPension,
uw online pensioendossier
Bereken uw pensioen Bereken
uw pensioen
Publicaties Ontdek de publicaties van de RVP
Formulieren Onze formulieren staan online
Laatste wijziging van de pagina : 08.01.2009
Laatste wijziging van de site : 01.09.2011
Top Top Top