Het bedrag
Het bedrag van de toegekende IGO is afhankelijk gesteld van het feit of de aanvrager al dan niet dezelfde hoofdverblijfplaats deelt met één of meerdere personen. De IGO is een individueel recht.
Het begrip "dezelfde hoofdverblijfplaats delen"
Worden geacht dezelfde hoofdverblijfplaats te delen, de aanvrager
en iedere andere persoon met hem, die gewoonlijk op dezelfde plaats
verblijven.
Dit gewoonlijk verblijf blijkt, hetzij uit de inschrijving in de
bevolkingsregisters van de gemeenten waar de verblijfplaats is gevestigd,
hetzij uit ieder ambtelijk of administratief stuk dat op een
werkelijk verblijf op hetzelfde adres duidt.
De Rijksdienst mag zich dus ook beroepen op ambtelijke of administratieve
documenten die erop wijzen dat een bepaald persoon wel degelijk bij
de aanvrager woont of niet woont, ook al spreekt het bevolkingsregister
dit tegen.
Het spreekt evenwel voor zich dat het meest voorkomende geval van
"samenwoonst" een al of niet gehuwd paar zal zijn waarvan
of de man of de vrouw, ofwel beiden de leeftijdsvoorwaarde vervullen
om de IGO te verkrijgen, en bij wie geen andere personen inwonen :
- Indien bv. enkel de man aan de leeftijdsvoorwaarde voldoet, kan
hem, na onderzoek van zijn bestaansmiddelen en die van zijn echtgenote
(de persoon die met hem dezelfde hoofdverblijfplaats deelt) het volledige
of gedeeltelijke basisbedrag toegekend worden.
- Voldoen beide echtgenoten aan de leeftijdsvoorwaarden, dan wordt,
indien zij beiden een aanvraag hebben ingediend, na onderzoek en aftrek
van het niet vrijgestelde gedeelte van de bestaansmiddelen en de pensioenen,
aan elk apart het volledige of gedeeltelijke basisbedrag toegekend
en betekend.
In deze 2 gevallen wordt de helft van het totaal van de bestaansmiddelen
en de pensioenen in aanmerking genomen voor de berekening van hun respectieve
IGO.
Dezelfde regel geldt wanneer twee of meerdere personen (geen bloed- of aanverwanten in de rechte neergaande lijn) al of niet van
hetzelfde geslacht, een feitelijk gezin vormen.
Sinds
01.09.2011 is het bedrag 7.626,37 EUR per jaar (aan index
130,80 van kracht sinds
01.05.2011), indien de aanvrager dezelfde hoofdverblijfplaats deelt met
één of meer andere personen (dit is het basisbedrag).
 |
Man en vrouw delen dezelfde hoofdverblijfplaats. Ze dienen een
aanvraag tot het bekomen van de IGO in. Na aftrek van de verschillende vrijstellingen, is het bedrag van de in aanmerking te nemen pensioenen gelijk aan 3.720 EUR en van de bestaansmiddelen gelijk aan 2.480 EUR.
Voor beiden zal de berekening op het basisbedrag van de IGO doorgevoerd worden. De helft van de in aanmerking te nemen bestaansmiddelen (3.720 EUR + 2.480 EUR) / 2 = 3.100 EUR wordt voor ieder van hen in mindering gebracht op het basisbedrag, vooraleer hierop de algemene vrijstelling van 625 EUR wordt toegepast. Deze algemene vrijstelling is enkel van toepassing op de bestaansmiddelen en niet op de pensioenen. |
Het begrip "alleenstaande"
Het verhoogde basisbedrag wordt enkel toegekend aan personen die
hun hoofdverblijfplaats niet met één of meer andere personen delen ;
met andere woorden, aan "echte alleenstaanden".
De reglementering voorziet evenwel een aantal uitzonderingen
op deze regel. Het verhoogde basisbedrag mag toegekend worden aan en
behouden worden door de gerechtigde die zijn hoofdverblijfplaats uitsluitend
deelt met :
- minderjarige kinderen ;
- meerderjarige kinderen waarvoor kinderbijslag wordt genoten ;
- personen die in hetzelfde rusthuis of hetzelfde rust- of verzorgingstehuis,
of in hetzelfde psychiatrisch verzorgingstehuis worden opgenomen.
-
Ook de bloed- of aanverwanten in de rechte neergaande lijn die, hetzij
met de aanvrager, hetzij met minderjarige kinderen of meerderjarige
kinderen waarvoor kinderbijslag wordt genoten én de aanvrager
samenwonen, worden niet meer geacht dezelfde hoofdverblijfplaats met
de aanvrager te delen.
 |
- Het moet gaan om bloed- of aanverwanten in de rechte neergaande
lijn, dit wil zeggen (schoon)kinderen, (schoon)kleinkinderen….
- Deze bloed- of aanverwanten wonen samen met hun (schoon)ouders
of (schoon)grootouders… Het is zonder belang of de ouders bij
hun kinderen komen inwonen of vice-versa.
- Minderjarige kinderen of meerderjarige kinderen, waarvoor kinderbijslag
wordt genoten (maar die geen bloed- of aanverwanten zijn in de rechte
neerdalende lijn), worden eveneens buiten beschouwing gelaten.
- De aanvrager heeft recht op het basisbedrag of het verhoogde basisbedrag,
afhankelijk van het feit of hij al dan niet geacht wordt dezelfde
hoofdverblijfplaats te delen met een of meerdere andere personen.
- Voor de berekening van de IGO worden de bestaansmiddelen van de
bloed- of aanverwanten in de rechte neergaande lijn en de eventuele
bestaansmiddelen van de minderjarige kinderen of de meerderjarige
kinderen waarvoor kinderbijslag wordt genoten, uitgesloten. Worden
dus enkel in aanmerking genomen, de pensioenen en de bestaansmiddelen
van de aanvrager en de andere dan voornoemde samenwonenden.
- Het totaal van de bestaansmiddelen wordt gedeeld door het aantal
samenwonenden van wie de bestaansmiddelen in aanmerking werden genomen
(zie punt 4). Niettemin worden minderjarige kinderen of meerderjarige
kinderen waarvoor kinderbijslag wordt genoten, in de deler opgenomen.
- Wanneer eerder een IGO werd toegekend, mag de toepassing van het
koninklijk besluit niet tot gevolg hebben dat de aanvrager een lager
bedrag verkrijgt dan het voorheen toegekende.
|
 |
- Beide ouders, die elk reeds IGO aan het basisbedrag genieten, gaan
bij hun kinderen en hun kleinkinderen (allen meerderjarig zonder kinderbijslag)
inwonen. Dit zal geen wijziging brengen in de bestaande toestand .
- Een dochter gaat bij haar 62-jarige moeder inwonen; wanneer deze
de IGO aanvraagt op 63 jaar, zal geen rekening gehouden worden met
de bestaansmiddelen van de dochter. De bestaansmiddelen van de moeder
worden ook niet gedeeld door 2. De moeder zal recht hebben op het
verhoogde basisbedrag.
- Zelfde voorbeeld, maar de dochter heeft op haar beurt een 17-jarige
dochter en een 15-jarige zoon ; de bestaansmiddelen van de moeder-aanvraagster
zullen gedeeld worden door 3!
- Man en vrouw gaan met hun 3 kinderen (waarvan 1 meerderjarig dat
over bestaansmiddelen beschikt en 2 minderjarigen) inwonen bij de
ouders van de man, die op dat ogenblik geen IGO genieten ; een jaar
later voldoet enkel de vader van de man aan de leeftijdsvoorwaarde
om IGO te genieten (aan het basisbedrag!) ; voor de toekenning ervan
zal enkel rekening gehouden worden met de bestaansmiddelen
van de ouder-aanvrager en zijn echtgenote; deze bestaanmiddelen zullen
wel gedeeld zullen worden door 4.
- Een moeder die reeds IGO geniet aan het verhoogd bedrag gaat
inwonen bij haar zoon, diens echtgenote, hun meerderjarige zoon en
zijn eveneens meerderjarige vriend(in). Een herberekening van de IGO
is noodzakelijk, waarbij rekening zal gehouden worden met de bestaansmiddelen
van de moeder en de vriend(in) van de zoon (de andere gezinsleden
zijn immers bloed- of aanverwanten in de rechte neergaande lijn).
De bestaansmiddelen zullen gedeeld worden door 2 en enkel het
basisbedrag kan toegekend worden, omdat de vriend(in) van de
zoon dezelfde hoofdverblijfplaats met de aanvrager deelt.
PS : indien de vriend(in) minderjarig zou zijn, zou geen rekening gehouden
worden met zijn/haar bestaansmiddelen, maar de deling zou eveneens
door 2 gebeuren. De IGO zou wel toegekend worden aan het basisbedrag x 1,5.
- Opgelet wanneer ook de bloed- of aanverwant in rechte neergaande
lijn gerechtigd is op IGO : een dochter van 64 jaar gaat samen wonen
met haar vader van 86 jaar. Beide genieten een IGO. Voor de berekening
van de IGO (aan het verhoogd basisbedrag) van de vader zal geen rekening
gehouden worden met de inkomsten van de dochter, terwijl bij de vaststelling
van de IGO van de dochter wel rekening zal moeten gehouden worden
met de inkomsten van de vader.
|
Sinds
01.09.2011 is het bedrag
7.626,37 EUR x 1,5 =
11.439,56 EUR per jaar (aan index
130,80 van kracht sinds
01.05.2011), indien de aanvrager zijn hoofdverblijfplaats niet deelt met één of meer andere personen (dit is het verhoogd bedrag).
 |
Man en vrouw (samenwonend) genieten elk van het basisbedrag. De
man wordt in een rusthuis opgenomen. Beiden ontvangen dan het verhoogd
bedrag (basisbedrag x 1,5) zonder nieuw onderzoek naar de bestaansmiddelen.
In dit geval worden enkel de persoonlijke bestaansmiddelen nog
in aanmerking genomen, zowel voor de opgenomen persoon als voor die
welke thuisgebleven is ; een nieuwe beslissing wordt genomen voor
elk van beide.
|
De speciale toestand voor gemeenschappen (geestelijken of leken)
Voor de leden die in een gemeenschap leven wordt de IGO toegekend aan het basisbedrag, zonder dat de bestaansmiddelen en pensioenen van de overige leden van de gemeenschap in aanmerking worden genomen.
De maximaal toekenbare bedragen
Het maximaal toekenbare bedrag per jaar
Basisbedrag = de aanvrager deelt dezelfde hoofdverblijfplaats met één of meer andere personen
Verhoogd bedrag = de aanvrager deelt dezelfde hoofdverblijfplaats niet met één of meer andere personen
| Datum |
Index |
Basisbedrag |
Verhoogd Basisbedrag |
|
01.09.2011
|
130,80 |
7.626,37 EUR |
11.439,56 EUR |
De maximum maandelijkse uitkering
| Datum |
Index |
Basisbedrag |
Verhoogd Basisbedrag |
|
01.09.2011
|
130,80 |
635,53 EUR |
953,30 EUR |
<<
terug : Invloed van de bestaansmiddelen
>>
volgende : Voorbeeld van een berekening
|
|